10001500

Hoge en late middeleeuwen

Soms gebruikt men hiervoor ook wel de term ‘duistere’ of ‘donkere middeleeuwen’, omdat er – door de chaos die veroorzaakt was door de vele invasiegolven van op drift geraakte volkeren – uit deze periode weinig schriftelijke bronnen zijn overgeleverd en de hedendaagse kennis hierover dus grote lacunes vertoont. Ook de achteruitgang van bevolking en levensstandaard, in vergelijking met die in de Romeinse tijd, wordt gezien als reden om deze eeuwen te beschouwen als een periode van verval. Het tij keerde in West-Europa pas enigszins met de Karolingische renaissance, dus tijdens het bewind van Karel de Grote (768-814).

Deze perceptie van achteruitgang, vooral het resultaat van culturele houdingen ten opzichte van de middeleeuwen die te bespeuren zijn in de geschiedschrijving van de Renaissance en Verlichting, is echter geenszins onbetwist. In academische geschiedschrijving wordt vrijwel altijd gesproken van de vroege middeleeuwen, om het in sommige opzichten onterechte waardeoordeel impliciet in de term donkere middeleeuwen (Dark ages) te vermijden.